Bij de inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvraag wordt naar een aantal aspecten gekeken.
Aan de subsidieaanvraag wordt een aantal eisen gesteld:
• er is sprake van cofinanciering (niet vereist in geval van kennisontwikkeling). De gemeentelijke bijdrage is aanvullend en zal in verhouding staan tot de inzet van de initiatiefnemer en eventuele derden in geld en
• er is aantoonbaar draagvlak bij bewoners, verenigingen en/of ondernemers en
• het initiatief is niet structureel afhankelijk van gemeentelijke financiële ondersteuning en
• het plan past in de ruimtelijke strategie voor de stad en
• het project moet realiseerbaar zijn.
De activiteit moet bijdragen aan een van de doelstellingen (uit artikel 2) en de middelen moeten besteed worden aan een van de genoemde bestedingsmogelijkheden (uit artikel 6) om voor een bijdrage vanuit de reserve Stedelijke Herontwikkeling in aanmerking te komen.
Om te bepalen of een aanvraag wordt gehonoreerd en om de hoogte van de ondersteuning te bepalen, worden de volgende criteria per aanvraag gehanteerd. Het gaat hier om een kwalitatieve en subjectieve weging van die factoren, waarbij een aanvraag niet aan alle onderstaande criteria hoeft te voldoen.
• De gemeente is financieel belanghebbend (bijvoorbeeld via een grondexploitatie).
• Het project draagt bij aan transformatie (omzetten van bedrijventerrein of leegstaande gebouwen naar andere functies zoals woningbouw).
• Het project draagt bij aan verbetering van de woningmarkt.
• Het project lost een bestaand knelpunt op of komt tegemoet aan een wens of vraagstuk vanuit de samenleving (er is vanuit de samenleving draagvlak voor de uitvoering van de wens of de oplossing van het knelpunt).
• Met de financiële bijdrage kan een initiatief/project van een initiatiefnemer mogelijk gemaakt worden.
• Bij dit project zijn ondernemers of maatschappelijke partijen uit het gebied betrokken.
• De start van de uitvoering van het project is bij voorkeur binnen een half jaar en uiterlijk binnen drie jaar na het toekennen van de subsidie.
• Het initiatief/project heeft een experimenteel karakter en draagt bij aan een andere manier van werken (Buiten=Binnen, Gebiedsontwikkeling nieuwe stijl) en/of aan het verbreden en/of delen van kennis.
• Het project is toekomstbestendig (duurzaam) op een of meer van de volgende manieren: vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen, zo min mogelijk verspilling van grondstoffen en water, het levert een bijdrage aan de vermindering van uitstoot van schadelijke stoffen en/of het leidt tot een versterking van de biodiversiteit.
• Met dit project worden studenten- en starterswoningen in de betaalbare en middeldure huur- en koopsector gerealiseerd.
Hoofdstuk
Artikel 10
Beoordeling
Onderdeel van Beleidsregel Stedelijke Herontwikkeling: ruimte voor initiatief