Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

. Beoordeling

Onderdeel van Beleidsregel Utrechtse onderwijsimpuls voor kwaliteit en excellentie

Bij de inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvraag wordt naar een aantal aspecten gekeken. De volgende criteria zijn verplicht: De activiteit geeft een impuls aan de kwaliteit van het onderwijs. De subsidieaanvrager draagt zelf bij; cofinanciering (in geld of in uren of anderszins). De activiteit vindt plaats op of in samenwerking met een of meer Utrechtse scholen. De omvang van de subsidie staat in redelijke verhouding tot het aantal leerlingen dat ermee wordt bereikt. De activiteit is niet structureel afhankelijk van gemeentelijke financiële ondersteuning. De betrokken school/scholen wisselen kennis en ervaring over succesvolle werkwijzen en programma’s aantoonbaar uit met andere Utrechtse scholen. De activiteit heeft een concrete startdatum en looptijd. De volgende criteria worden kwalitatief en subjectief meegewogen. De activiteit sluit aan bij en biedt meerwaarde aan wat er al gebeurt. De activiteit komt rechtstreeks ten goede aan leerlingen en/ of docenten. Samenwerking tussen schoolbesturen en/ of kennisinstellingen is een pré. De activiteit heeft aantoonbaar draagvlak, bijvoorbeeld bij docenten, leerlingen, ouders, MR. Ouders zijn betrokken bij de ontwikkeling, implementatie en/of evaluatie van de activiteit. Er is voorzien in het borgen van kennis en ervaring (duurzaamheid). De activiteit is een aanvulling op het met het Ministerie afgesproken verbetertraject. De activiteit is innovatief. De activiteit versterkt de doorgaande lijn van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs of van voortgezet onderwijs naar vervolgopleiding. De school/ het schoolbestuur werkt samen met bedrijven of andere instellingen.

Rechtspraak bij dit artikel