De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
vijfendertig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Doesburg 2016