Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IX:

Artikel 37:

Inwerkingtreding; citeertitel

Onderdeel van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2011. Deze regeling kan worden aangehaald als: “Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen”. Bijlage 1: Overdracht wettelijke bevoegdheden; aanwijzing, delegatie en mandaat Het college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeente respectievelijk het dagelijks bestuur van het deelnemende waterschap dragen de uitvoering van de volgende wettelijke bepalingen betreffende de in artikel 4 van de regeling genoemde belangen over aan de respectievelijke bestuursorganen van de regeling, ieder voor zover het hen aangaat. Aanwijzingen op het terrein vanheffing en de invordering van gemeentelijke belastingen Het aanwijzen als gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 231, tweede lid, sub b, Gemeentewet; Het aanwijzen als gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 231, tweede lid, sub c, Gemeentewet; Het aanwijzen als belastingdeurwaarder als bedoeld in artikel 231, tweede lid, sub e, Gemeentewet Delegatie op het terrein van heffing en invordering van gemeentelijke belastingen de bevoegdheid tot het beslissen op administratieve beroepen tegen afgewezen verzoeken om kwijtschelding; de bevoegdheid tot het vaststellen van beleids-/uitvoeringsregels als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Aanwijzing op terrein van de waardering van onroerende zaken ·Het aanwijzen van de gemeenteambtenaar die belast is met de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) als bedoeld in artikel 1, tweede lid, Wet WOZ. Delegatie op het terrein van de uitvoering van de Wet WOZ ·de bevoegdheid tot het vaststellen van beleids-/uitvoeringsregels als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Aanwijzingen op het terrein vanheffing en de invordering van waterschapsbelastingen Het aanwijzen als waterschapsambtenaar belast met de heffing van waterschapsbelastingen als bedoeld in artikel 123, derde lid, sub b, Waterschapswet; Het aanwijzen als waterschapsambtenaar belast met de invordering van waterschapsbelastingen, als bedoeld in artikel 123, derde lid, sub c, Waterschapswet; Het aanwijzen als belastingdeurwaarder als bedoeld in artikel 123, derde lid, sub e, Waterschapswet. Delegatie op het terrein van heffing en invordering van waterschapsbelastingen de bevoegdheid tot het beslissen op administratieve beroepen tegen afgewezen verzoeken om kwijtschelding; de bevoegdheid tot het vaststellen van beleids-/uitvoeringsregels als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Mandaten op het terrein van heffing en invordering van gemeentelijke belastingen, respectievelijk waterschapsbelastingen. De bevoegdheid tot het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van een belastingaanslag als bedoeld in artikel 255, vijfde lid Gemeentewet, respectievelijk artikel 144, vijfde lid, Waterschapswet; Het geven van toepassing aan de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 63 AWR; Het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een bij beschikking opgelegde boete (verhoging) als bedoeld in artikel 66 AWR.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel