Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2016

In deze verordening wordt verstaan onder: badseizoen: de periode van 1 mei tot 1 oktober; bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen wordt vastgesteld op grond van artikel 20a WVW 1994. De grens van deze bebouwde kom wordt vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad en moet op grond van artikel 156a WVW 1994 worden aangeduid; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening Goeree-Overflakkee; duinen: het gehele terrein tussen de Noordzee, Grevelingen, Haringvliet en strand Sluispad enerzijds en het achterliggende polderland anderzijds in zijn geheel vormende de natuurlijke kering tegen het water langs de kust van Goeree-Overflakkee, bestaande uit aaneengesloten zandruggen en tussengelegen duinvalleien met de zich daarin bevindende kunstwerken en met de daarin gelegen en daartoe behorende wegen, dijken, voet- en fietspaden, afritten en toegangstrappen; gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; overige wateren: de Grevelingen, het Volkerak en het Haringvliet, voor zover deel uitmakend van het grondgebied van de gemeente Goeree-Overflakkee. openbare plaats: plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; sportactiviteiten: balsporten, of daaraan gerelateerde sporten, zeskamp, vliegersport en overige sporten waaronder ook golf-, kitesurfen, buggykiten of vliegeren met een meerlijnsvlieger. strand: het Noordzee-, Grevelingen- en Haringvlietstrand, met de daaraan grenzende hellingen of duinen, voor zover met het strand een geheel uitmakende en liggende buiten duidelijk afgescheiden particuliere terreinen; vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, glijboten, ponten en waterscooters; verkeer: verkeer als bedoel in artikel 1 onder van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; woonschip: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd; weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; zee: de Noordzee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel