Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 3

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2016

1.. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de lijst vermeld op bijlage 1 (Bomenlijst). 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: houtopstand in het achtererfgebied van een woning die op 130 centimeter boven het maaiveld een diameter heeft van 20 centimeter of minder. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit niet geknotte populieren of wilgen; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; houtopstand die deel uitmaakt van een als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwonderneming en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders. 3.. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen 4.. De vergunning kan worden geweigerd op grond van: de natuurwaarde van de houtopstand; de landschappelijke waarde van de houtopstand; de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; de beeldbepalende waarde van de houtopstand; de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 6.. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel