**1.** Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
de subsidieontvanger draagt zorg voor de rechtsgeldige overdracht aan de Provincie of aan een door Gedeputeerde Staten aan te wijzen instantie van alle duurzaam tot het bedrijf behorende cultuurgrond en het bouwblok met het landbouwbedrijf, vrij van enig eigendoms-, zekerheids-, gebruiks- of ander beperkend of bezwarend recht, middels een notariële akte, of via een met Gedeputeerde Staten gesloten overeenkomst op basis van artikel 64 van de Wet inrichting landelijk gebied waarbij voornoemde gronden middels een akte van toedeling worden geleverd;
de gepasseerde notariële akte van overdracht wordt onverwijld aan Gedeputeerde Staten overgelegd;
de subsidieontvanger houdt de investeringen tenminste vijf jaar in stand na vaststelling van de subsidie;
de subsidieontvanger start binnen twee maanden na ontvangst van de verleningsbeschikking met de uitvoering van de activiteit;
binnen twee jaar na ontvangst van de verleningsbeschikking worden de activiteiten voltooid;
Gedeputeerde Staten kunnen de onder e genoemde termijn één keer verlengen indien de subsidieontvanger de verplaatsing niet binnen die termijn kan afronden als gevolg van het niet tijdig kunnen beschikken over de voor verplaatsing benodigde vergunningen, vrijstellingen, ontheffingen en andere publiekrechtelijke instemmingen en dit niet is te wijten aan de subsidieontvanger;
een keer per jaar wordt een tussenrapportage omtrent de voortgang van de activiteiten aan Gedeputeerde Staten overgelegd.
**2.** Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van het eerste lid onder a bepalen dat het erf met de zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, installaties en circa 1 hectare cultuurgrond niet in eigendom hoeven te worden overdragen aan Gedeputeerde Staten mits:
de bedrijfskavel niet is gelegen in het Natuur Netwerk Nederland en handhaving van de eventuele bedrijfswoning passend is in de doelstellingen zoals verwoord in het gebiedsplan dat op het desbetreffende gebied van toepassing is;
het erf met gebouwen een naar het oordeel van Gedeputeerde Staten passende niet-agrarische bestemming krijgt;
de zich op het erf bevindende bedrijfsgebouwen en installaties worden gesloopt;
de onder c genoemde voorwaarde geldt niet voor de bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties waarvan het gemeentebestuur heeft verklaard dat sloop daarvan niet zal worden toegestaan.
**3.** Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van het eerste lid onder a bepalen dat percelen niet in eigendom hoeven te worden overdragen aan Gedeputeerde Staten mits de provincie de gronden niet nodig heeft in het kader van het Natuur Netwerk Nederland of niet benodigd voor projectdoelstellingen of niet nodig als ruilgrond.
Hoofdstuk
Artikel 2.12