Naar hoofdinhoud
1.. Bij de vaststelling wordt uitgegaan van het werkelijke aantal peuters of doelgroepkinderen dat de peuterspeelzaal heeft bezocht. 2.. De peuterspeelzalen realiseren op de groepen een bezettingsgraad van minimaal 85%. Bij een lagere bezettingsgraad worden de niet gerealiseerde kindplaatsen onder de 85% teruggevorderd. 3.. Het college kan bepalen dat houders van peuterspeelzalen in de voormalige gemeente Zeevang van het gestelde in het tweede lid worden vrijgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel