Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › § 3

Artikel 10.

Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Edam-Volendam

1.. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor: het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; het wijzigen van de statuten; het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien deze mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden; het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur, onderverhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie; het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening; het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; het vormen van fondsen en reserveringen, waaronder begrepen de vorming van een egalisatiereserve; het doen van schenkingen; het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties; het ontbinden van de rechtspersoon; het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling. 2.. Het college beslist binnen vier weken omtrent de toestemming. 3.. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

Rechtspraak bij dit artikel