Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een initiatief voor zover dat: het initiatief past binnen de uitgangspunten van Breda Doet; er sprake is van ontwikkeling en effectieve oplossingen die bijdrage aan het doel zoals omschreven in het beleidskader “Breda Doet, samen verder”. Het initiatief geeft hiervoor een heldere omschrijving; aannemelijk is onderbouwd wat de werkzame bestanddelen zijn van het initiatief die ervoor zorgen dat er een bijdrage geleverd wordt aan het gestelde doel; het initiatief gericht is op innovatie die al in gang is gezet, waarbij er een extra impuls nodig is voor voortgang. Hiermee wordt bedoeld dat innovatie in eerste instantie als eigen verantwoordelijkheid in de eigen organisatie wordt ingebed. Organisaties moeten uit zichzelf beter willen worden. Dit is een integraal onderdeel van de organisatie. Pas als hiervoor extra geld nodig is, moet het er zijn en kan er een beroep gedaan worden op het budget dat bestemd is voor de ontwikkelagenda; het initiatief gericht is op concrete en realistische resultaten; de resultaten in een realistische verhouding staan tot de gemeentelijke bijdrage; de resultaten verankerd zijn of worden; het initiatief in samenwerking met diverse partijen tot stand is gekomen. Bij voorkeur vormgegeven met de burgers die het betreft; het initiatief voorziet in hoe de resultaten gemonitord gaan worden; aannemelijk onderbouwd is wat financieel nodig is om uitvoering te kunnen geven aan het initiatief, gebaseerd op reële kosten; tevens geeft de initiatiefnemer aan waarom subsidie nodig is en waarom het niet met reguliere middelen (eventueel via ombuiging) gefinancierd kan worden; aannemelijk is onderbouwd dat het initiatief uitvoerbaar is; aannemelijk is onderbouwd dat het initiatief duurzaam is; in het initiatief is aangegeven wat de indieners zelf bijdragen aan het initiatief; indieners in het initiatief zelf hebben aangegeven waarom het innovatief is; indieners in hun initiatief hebben aangegeven hoe het duurzaam binnen de eigen processen in de toekomst ingebed kan worden (zonder extra financiering, het gaat om een eenmalig impuls); het delen van kennis en storytelling onderdeel is van het verankeren van de resultaten. Het van elkaar leren en zo vakmanschap verder ontwikkelen is daarbij uitgangspunt. 2.. Een subsidie kan voor maximaal twee jaar (2017 en 2018) worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel