**1..** Jaarlijkse subsidie wordt alleen verstrekt aan organisaties die een aantoonbare rol in de maatschappelijke keten innemen en het meest optimaal bijdragen aan de beoogde resultaten, conform het gestelde in artikel 1:3 van deze nadere regels.
**2..** Voor organisaties die een jaarlijkse subsidie aanvragen van € 50.000,-, of meer én professionele krachten in dienst hebben, gelden daarnaast in ieder geval de volgende criteria:
de efficiënte en effectieve manier om mensen vooruit te helpen in het leven;
de vernieuwing in de werkwijze;
de samenwerking;
wijkgericht werken;
de mate waarmee met vrijwilligers gewerkt wordt (vrijwillig waar het kan, professioneel waar het moet);
de inclusieve aanpak;
veilig (vrijwilligers)werk;
het toepassen van de ‘Code Good Governance’ voor de sector. Deze toepassing van de code wordt verantwoord in het jaarverslag.
**3..** De organisaties nemen in hun aanvraag op, op welke wijze en in welke mate zij duurzaam ondernemen en social return implementeren in hun bedrijfsvoering. Zij verantwoorden dit in hun jaarverslag.
**4..** Onverminderd het bepaalde in de vorige leden, geldt voor organisaties die een jaarlijkse subsidie ontvangen van € 150.000,- of meer en een of meer professionele krachten in dienst hebben, de voorwaarde dat ten minste 5% van het ontvangen subsidiebedrag wordt besteed aan de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt uit de doelgroep Social Return zoals genoemd in het vijfde lid. Deze inzet geschiedt op de volgende wijze, overeenkomstig het bepaalde in de bijlage bij deze nadere regels:
De subsidieontvanger biedt personen die behoren tot de doelgroep een dienstverband, stageplaats of werkervaringsplaats aan. Indien hij dit wenst, kan de subsidieontvanger het gemeentelijk loket Social Return betrekken bij de selectie en aanlevering van deze personen. De begeleiding van deze personen is de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger.
In het geval dat de inzet van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt door de subsidieontvanger naar het oordeel van het college aantoonbaar niet mogelijk is, kan het college na overleg met de subsidieontvanger een creatieve invulling van Social Return opleggen. Onder creatieve invulling wordt verstaan het uitvoeren en/of mogelijk maken van activiteiten die ten goede komen aan de ontwikkeling, participatie en re-integratie van de doelgroep Social Return.
**5..** De doelgroep Social Return bestaat uit:
personen die geregistreerd staan in het doelgroepenregister bij het UWV voor de Banenafspraak;
personen met een uitkering van een gemeente op grond van de Participatiewet (voorheen Wwb), IOAW of IOAZ.
personen met een uitkering van het UWV op grond van de WAO, WIA, WAZ of Wajong;
personen met een WSW-indicatie;
personen met een WW-uitkering;
personen die in aanmerking komen voor een leerwerkovereenkomst (BBL) of stage-overeenkomst (BOL) die opleidt tot niveau 1 of niveau 2. De subsidieontvanger sluit met deze personen een dergelijke overeenkomst.
leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en praktijkonderwijs (PRO). De subsidieontvanger sluit met deze leerlingen een stage-overeenkomst voor een arbeidstoeleidingsstage.
**6..** Het college ziet af van het opleggen van de in het vorige lid genoemde voorwaarden indien de subsidieontvanger minimaal voldoet aan trede 2 van de Prestatieladder Socialer Ondernemen.
**7..** Het college kan gelet op de aard of duur van de activiteit waar de subsidie betrekking op heeft, dan wel gelet op de regionale arbeidsmarktsituatie afwijken van het percentage als genoemd in het vierde lid, indien toepassing van het percentage naar oordeel van het college tot onevenredige gevolgen zou leiden voor de subsidieontvanger.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:7