Naar hoofdinhoud
Voor een jaarlijkse subsidiebijdrage amateurkunst gelden de volgende criteria: de organisatie heeft een rechtsvorm en bestaat minimaal één jaar (inschrijving KvK) en;’ de organisatie heeft een doelstelling op het gebied van zelf kunst maken (kunstbeoefening), hetgeen blijkt uit de statuten en; er is sprake van bewijsbaar professionele artistieke leiding (zie schema) en; er vindt minimaal tweemaal per jaar een openbaar optreden in Breda plaats en; er is sprake van contributie betalende leden/ deelnemers (zie schema) en; er is sprake van non-profit organisaties voor muziek (vocaal/instrumentaal), dans en theater, beeldende kunst en multimedia/audiovisueel (fotografie/film/video/digitaal) en; er is sprake van een bijdrage aan het stedelijk cultuurklimaat in Breda. Schema amateurkunst: Discipline Aantal leden Artistieke leiding Aantal voorstellingen Maximaal bijdrage Theater/dans/beweging Minimaal 10 CV Artistiek leider/ Regisseur 2 € 5.000,- Zang Minimaal 20 CV dirigent 2 € 5.000,- Kamerkoren Minimaal 10 CV dirigent 2 € 5.000,- Muziek: harmonie/ fanfare/orkesten Minimaal 20 per onderdeel CV dirigent 2 € 6.500,- per onderdeel Wijkinitiatieven cultuur Minimaal 15 betalende deelnemers per activiteit CV artistiek leider of i.s.m. culturele instelling 2 € 2.500,- Voor een project subsidiebijdrage uit het fonds Cultuur en Cultureel erfgoed gelden de volgende criteria: de projecten moeten voldoen aan één of meer van de volgende doelstellingen: het vergroten van de cultuurparticipatie van Bredanaars, met name van die groepen die hier nog niet of nauwelijks in participeren; het vergroten van het aanbod van artistieke (top) kwaliteit; het verbeteren van het culturele productieklimaat van Breda; het stimuleren van talentontwikkeling, deskundigheidsbevordering in de sector; het verbinden van cultuur met andere sectoren; en daarnaast moeten de projecten voldoen aan de volgende criteria: tenminste 50 % van de begroting van het project is afkomstig uit andere inkomstenbronnen zoals landelijke en/of provinciale cultuurfondsen; de aanvrager dient samen te werken met lokale en/of bovenlokale partijen, zowel financieel als inhoudelijk.

Rechtspraak bij dit artikel