Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een subsidieaanvraag afwijzen, indien: de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al in uitvoering zijn genomen; de aanvrager niet beschikt over een gezonde financiële positie en ledenbestand; de aanvrager niet beschikt over een meerjarig beleidsplan; de aanvrager niet beschikt over voldoende vrijwilligers om de vereniging toekomstgericht te houden; de aanvraag geen brede basis heeft in de buurt, wijk of dorp in de breedtesport; de aanvrager niet samenwerkt met andere (maatschappelijke) partijen; geen activiteiten ontplooid worden voor kwetsbare groepen in de samenleving; de plannen niet aansluiten bij de toekomstige gebiedsontwikkeling; ingediende offertes niet overeenkomen met beeldvorming die het college heeft over de marktconforme prijshantering. 2.. Daarnaast kan het college de subsidieaanvraag afwijzen indien demografische ontwikkelingen of overcapaciteit uitwijzen dat er op termijn geen toekomst is voor extra capaciteit voor de desbetreffende sport of voor het voortbestaan van de vereniging in een bepaalde tak van sport en een samenwerking of fusie met een andere vereniging meer voor de hand ligt. Hierbij kan worden verwezen naar het rapport Capaciteitsonderzoek gemeente Breda 2017. 3.. Wanneer een vereniging niet in aanmerking komt voor de subsidie maar wel voor de garantieregeling benoemd in artikel 8:17 hanteert het college de lijn van het vigerend garantiebeleid van de gemeente Breda.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel