** 1. .** De aanbieder levert jaarlijks vóór 1 juli en met de verantwoording (zoals bedoelt hoofdstuk 7 van de Algemene subsidieverordening Breda 2017) de volgende gegevens aan:
Naam, adres, LRK-registratie van de voorziening;
De verantwoording bevat per opvanglocatie de volgende gegevens:
het aantal kindplaatsen per het type regeling (en in het geval van VE het aantal ouders met en zonder recht op KOT);
het aantal afgenomen uren kinderopvang;
hoogte van de besteding van de subsidie;
** 2. .** Het college kan bij de aanbieder nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de aanbieder verplicht het college desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:
Inkomensverklaringen of andere bewijzen hoogte gezinsinkomen;
Verklaringen dat ouders gedurende het subsidietijdvak geen aanspraak konden maken van een voorliggende voorziening, zoals KOT;
Plaatsingsovereenkomst kind waaruit aantal uren, soort kindplaats, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken;
VE-indicaties voor plaatsingen van doelgroepkinderen
SMI-indicaties voor plaatsingen reguliere kinderen die gebruik maken van de SMI.
** 3. .** De subsidie voor de VE, de Peuterregeling en de regeling SMI wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijke aantal afgenomen uren kinderopvang in het betreffende subsidietijdvak en het daarvoor geldende tarief, met aftrek van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage.
Hoofdstuk 16
Artikel 16:10