** 1. .** Indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 4:3 lid 1 sub c én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, dan maakt het college een weging op basis van de volgende criteria:
de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen en activiteiten zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage 1, maximaal 50 punten;
de mate waarin de activiteit specifieke deskundigheid op het gebied van GIA toevoegt die lokaal onvoldoende vertegenwoordigd is., maximaal 10 punten;
de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid, maximaal 10 punten;
de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 10 punten;
de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 10 punten;
de kostprijs, maximaal 10 punten.
** 2. .** Alleen de aanvraag met de meeste punten, zoals genoemd in het eerste lid, komt in aanmerking voor toekenning. Bij een gelijk aantal punten, wordt er geloot.
** 3. .** Indien het totaal van de tijdig ingediende, volledige en in aanmerking komende subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, zonder dat er sprake is van overlappende activiteiten, worden de aanvragen naar rato toegekend.
** 4. .** Het college kan van de procedure zoals beschreven in het eerste, tweede en derde lid afwijken als dit in het belang is van de optimale verdeling van de beschikbare middelen.