Naar hoofdinhoud

Artikel 5:11

Subsidieplafond en verdeelcriteria

Onderdeel van Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017

1. . Het college stelt het subsidieplafond vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze; 2. . Bij de beoordeling op artikel 5:9, lid 2 sub a (artistiek-inhoudelijke kwaliteit) betrekt het college een of meer (externe) deskundigen met aanvullende inhoudelijke expertise. 3. . Indien de tot en met 30 september 2022 ingediende volledige subsidieaanvragen, het vastgestelde subsidieplafond genoemd in het eerste lid van dit artikel te boven gaat, maakt het college voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten een hoge artistiek-inhoudelijke kwaliteit hebben, wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap, te waarderen met maximaal 100 punten; de mate waarin de activiteiten hoge zakelijke kwaliteit hebben, wat betreft omgevingsbewustzijn en ondernemerschap, te waarderen met maximaal 100 punten; de mate waarin de activiteiten publiekswerking hebben of gericht zijn op een specifieke doelgroep, wat betreft binding met het bestaande publiek of doelgroep en inspanningen voor duurzame opbouw en vernieuwing van publiek of doelgroep, te waarderen met maximaal 100 punten; de mate waarin de activiteiten bijdragen aan een evenwichtige culturele infrastructuur, wat betreft spreiding en inhoud in Breda en een bijdrage levert aan het bovenlokale, regionale of landelijke cultuuraanbod, te waarderen met maximaal 100 punten. 4. . Voor zover een subsidieaanvraag op grond van de verdeelcriteria van het derde lid minder dan 245 punten heeft behaald, wordt de subsidie op grond van deze paragraaf geweigerd. 5. . Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het derde lid, onder d, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. 6. . Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het derde lid, onder a, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. 7. . Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. 8. . De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers. 9. . De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris. 10. . De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt en komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel