**1..** Artikel 2:5, eerste, tweede en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid.
**2. .** Het college maakt bij de beoordeling als bedoeld in artikel 2:4 lid 2 en 2:6 lid 2 een rangschikking van de bij aanvragen behorende activiteiten. Het college past daarbij de criteria uit het Beleidskader op de wijze zoals hierna weergegeven en met de daarbij genoemde weging, toe:
Maatschappelijk resultaat: Hoe draagt de activiteit bij aan de maatschappelijke doelen uit hoofdstuk 4? Wat heb je als de activiteit klaar is? Weging 40 punten, minimum te behalen punten 10.
Kostprijs per klant: De prijs per bereikt lid uit de doelgroep. Ook hoort hierbij: een schatting van de kosten die bespaard kunnen worden door maatwerkvoorzieningen (indien van toepassing, weergave businesscase). Kan de kostprijs worden onderbouwd? Hoe verhoudt de prijs zich tot andere aanvragen? Weging 20 punten, minimum te behalen punten 3.
Vakmanschap: Wat is de toegevoegde waarde van de inzet van betaalde professionals? Anders gezegd: wat doen betaalde en opgeleide professionals beter of anders dan een willekeurige buurvrouw? En waar kan iemand die er weinig kennis van heeft dat aan zien? Weging 15 punten, minimum te behalen punten 5.
Samenwerking: Draagt de activiteit bij aan het realiseren van een ambitie? Kan deze activiteit door slim samenwerken zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd worden? In welke mate wordt samengewerkt met andere partners binnen het thema? Wat levert deze samenwerking op? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.
Bereik: Hoe groot is de doelgroep? (aantal personen) En hoeveel personen binnen die doelgroep worden bereikt? Weging 5 punten.
Zelfredzaamheid: Wat kan een persoon zelf, al dan niet met steun van anderen uit zijn/haar omgeving? Weging 5 punten.
Tevredenheid: Hoe tevreden is de klant en zijn/haar omgeving? Maar ook: hoe tevreden zijn financiers, medewerkers, toezichthouders? De activiteiten moeten in de eerste plaats belangrijk en nuttig zijn voor de klant. Ook moeten alle betrokkenen in beeld zijn. Wat vindt de omgeving belangrijk? Hoe kun je daaraan bijdragen? En hoe kun je daar steeds beter in worden? We noemen dit omgevingssensitiviteit. Het gaat hierbij om hoe je tevredenheid in kaart brengt, voor nieuwe of bestaande activiteiten. Weging 5 punten.
** 3. .** Voor de thema’s ZorgvoorelkaarBreda en Opgroeien zijn twee aanvullende wegingscriteria opgenomen naast de criteria uit lid 2:
In welke mate voldoet de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan de basisprincipes verbonden aan de beweging naar de voorkant? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.
In welke mate voldoet de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan de gestelde proces - en kwaliteitsvoorwaarden om ambities en maatschappelijke doelen uit het kader Breda samen doen te realiseren? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.
** 4. .** Voor de thema Beweegt zijn drie aanvullende wegingscriteria opgenomen naast de criteria uit lid 2:
Een leven lang inclusief sporten en bewegen. In welke mate draagt de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan dit thema? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.
Sport- en beweegonderwijs op en rond scholen versterken. In welke mate draagt de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan dit thema? Weging 10, minimum te behalen punten 3.
Duurzaam versterken en innoveren van sport- en beweegaanbieders. In welke mate draagt de activiteit waarvoor subsidie aangevraagd wordt aan dit thema? Weging 10 punten, minimum te behalen punten 3.
**5. .** Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin een activiteit voldoet aan het criterium. Het college toetst de aanvraag aan de criteria middels een beoordelingsformat.
** 6. .** Indien op een wegingscriterium het daarbij vermelde minimum aantal punten niet behaald wordt, wordt de aanvraag afgewezen.
** 7. .** Als twee of meer aanvragen voorzien in dezelfde activiteit, terwijl het niet wenselijk wordt geacht dat die meermaals wordt aangeboden, worden deze aanvragen onderling vergeleken op het behaalde puntenaantal. Van deze aanvragen wordt alleen de aanvraag met het hoogste puntenaantal opgenomen in de rangschikking, de andere aanvraag wordt of de andere aanvragen worden afgewezen.
**8. .** De overgebleven aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt.
** 9. .** Bij gelijke rangschikking van aanvragen die vanwege het bereiken van het subsidieplafond niet allebei gehonoreerd kunnen worden, wordt voorrang verleend aan een aanvraag binnen het uitvoeringsplan, ten opzichte van een individuele aanvraag. In andere gevallen wordt geloot.
2.2.3 Aanvraag voor kleine initiatieven