Naar hoofdinhoud

Artikel 18:7

Procedure

Onderdeel van Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017

1. . Als subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 1:3 én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, of van een overschrijding van het subsidieplafond, dan maakt het college een weging op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage C, maximaal 40 punten; de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 15 punten; de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van passende ervaringsdeskundigheid, maximaal 15 punten; de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 15 punten; de kostprijs, maximaal 15 punten. 2. . Het college toetst de aanvraag aan de criteria door middel van een beoordelingsformat, dat als bijlage 2b bij deze nadere regels is opgenomen. 3. . Alleen de aanvraag met de meeste punten, zoals genoemd in het eerste lid, komt in aanmerking voor toekenning. Bij een gelijk aantal punten, wordt er geloot. 4. . Als het totaal van de tijdig ingediende, volledige en in aanmerking komende subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, zonder dat er sprake is van overlappende activiteiten, worden de aanvragen naar rato toegekend. 5. . Het college kan van de procedure zoals beschreven in het eerste, tweede en derde lid afwijken als dit in het belang is van de optimale verdeling van de beschikbare middelen. 6. . De subsidie wordt voor maximaal 2 kalenderjaren verstrekt. 7. . Voor de betaling en bevoorschotting van de subsidie, is het bepaalde in artikel 1:8, tweede en derde lid, van deze nadere regels van toepassing, met dien verstande dat jaarlijks de resterende 5% wordt uitgekeerd indien aan de tussentijdse verantwoordingseisen als bedoeld in artikel 18:8 eerste en tweede lid is voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel