1.1 plan
de beheersverordening 'Snipperlocaties' van de gemeente Heerlen;
1.2 beheersverordening
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels als
vervat in NL.IMRO.0917.BH050800W000001-0401
1.3 aan huis gebonden beroep
de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten
op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig,
ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn
beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met
behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en waarbij de
woonfunctie in overwegende mate wordt behouden, waaronder niet begrepen
de uitoefening van detailhandel of consumentverzorgende
bedrijfsactiviteiten;
1.4 aanbouw
een gebouw – een zogenoemd bijbehorend bouwwerk – dat is gebouwd aan een
hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw
onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch
opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.5 aaneengebouwde woning
een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee of
meerdere grondgebonden woningen;
1.6 agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel
van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;
1.7 agrarisch bouwvlak
een bouwvlak voor een agrarisch bedrijf;
1.8 agrarisch gebied
een gebied bedoeld voor agrarisch gebruik en het behoud of herstel van
de aldaar voorkomende dan wel de ontwikkeling van natuurlijke of
landschappelijke waarden inclusief ontsluitingswegen ten behoeve van
aanliggende percelen, alsmede voor extensieve dagrecreatieve
waarden;
1.9 agrarisch gebruik
Het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen
en/of het houden van dieren, met inbegrip van recreatief medegebruik van
de onbebouwde gronden;
1.10 ambachtelijke bedrijvigheid
het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk
vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen die
verband houden met het ambacht;
1.11 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.12 bebouwingspercentage
een in dit plan aangegeven percentage, dat de omvang van het deel van
een bouwperceel, bouwvlak of besluitvlak aangeeft dat maximaal mag
worden bebouwd;
1.13 bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken,
installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, uitgezonderd
detailhandel;
1.14 bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
1.15 bedrijfswoning/dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts
bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar
gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk
is;
1.16 begane grond
een bouwlaag geen verdieping zijnde;
1.17 besluitsubvlak
het object besluitsubvlak is een gebied, geometrisch vastgelegd binnen
een object besluitgebied, met een inhoudelijke relatie met een of meer
bovenliggende geometrisch vastgelegde objecten besluitvlak of andere
objecten besluitsubvlak en heeft geen direct inhoudelijke relatie met
het hele werkingsgebied van het gebiedsbesluit (het object
besluitgebied).
1.18 besluitsubvlakgrens
de grens van een besluitsubvlak, indien het een vlak betreft;
1.19 besluitvlak
het object besluitvlak is een gebied, geometrisch vastgelegd binnen een
object besluitgebied, dat zelfstandige eigenschappen heeft (bijvoorbeeld
daaraan gekoppelde regels).
1.20 besluitvlakgrens
de grens van een besluitvlak;
1.21 bestaande situatie
bebouwing, zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het
plan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat
tijdstip aangevraagde vergunning;
het gebruik van gronden en opstallen, zoals dat werd uitgeoefend ten
tijde van de inwerkingtreding van het plan;
1.22 bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op
hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet
tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
1.23 bijgebouw
een vrijstaand gebouw – een zogenoemd bijbehorend bouwwerk – behorende
bij en architectonisch ondergeschikt aan een op hetzelfde bouwperceel
gelegen hoofdgebouw;
1.24 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of
gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een
standplaats;
1.25 bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
1.26 bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij
benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is
begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks
met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw,
dakopbouw en/of zolder;
1.27 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een
zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.28 bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel;
1.29 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde
zijn toegelaten;
1.30 bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met
de aarde is verbonden;
1.31 bouwwerk, geen gebouw zijnde
De categorie bouwwerken die niet onder de definitie van "gebouw"
valt;
1.32 bruto-vloeroppervlak
de som van de horizontale vloeroppervlakte van alle tot het gebouw
behorende binnenruimte, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren,
magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten;
1.33 consumentverzorgend beroep
het beroepsmatig uitoefenen van dienstverlenende of ambachtelijke
bedrijvigheid gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door
middel van handwerk niet zijnde een beroep aan huis, dat door zijn
beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen kan
worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie in overwegende mate wordt
gehandhaafd en de ruimtelijke uitwerking of uitstraling in
overeenstemming is met die woonfunctie;
1.34 dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.35 dakopbouw
een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een
gebouw, met een oppervlakte van maximaal 60% van de oppervlakte van de
bovenste bouwlaag;
1.36 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder mede begrepen de
uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan
personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending
anders dan in de uitoefening van een beroeps- of
bedrijfsactiviteit;
1.37 erf- of perceelsafscheiding
fysieke begrenzing van een erf of perceel van een aangrenzend erf,
perceel of van de openbare ruimte.
1.38 erker
een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een
gevel, in één bouwlaag;
1.39 garagebox
een zelfstandig gebouw bedoeld voor de stalling van auto's;
1.40 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of
gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.41 halfvrijstaande woning
een woning die onderdeel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee
hoofdgebouwen;
1.42 hoekperceel
een perceel, gelegen aan een hoek van twee wegen of het openbaar
gebied;
1.43 hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de
verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een
perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig
zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.44 horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en
dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het
bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf niet zijnde prostitutie,
waarbij de volgende onderverdeling wordt gehanteerd:
Horeca 1:
een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij
winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide
kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden
verstrekt;
Horeca 2:
een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het
verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd
plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar,
fastfood-, broodjeszaken en lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel,
koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant,
kantine alsmede cateringbedrijf;
Horeca 3:
een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het
verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse,
alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse
genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid
biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café,
eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar;
Horeca 4:
een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het
bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve
voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al
dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van
dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen:
discotheek/dancing, nacht-café en een zalencentrum (met
nachtvergunning);
Horeca 5:
een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het
verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel,
pension en overige logiesverstrekkers;
1.45 huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is
van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan;
bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;
1.46 kantoor
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van kantooractiviteiten;
1.47 kantooractiviteiten
activiteiten die in overwegende mate bestaan uit administratieve
werkzaamheden, dan wel werkzaamheden die worden uitgevoerd uit hoofde
van juridische, bancaire, ontwerptechnische of hiermee vergelijkbare
dienstverlenende beroepsgroepen, dan wel werkzaamheden welke verband
houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen of
hiermee vergelijkbare instellingen;
1.48 kap
de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw met een
dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°;
1.49 landschappelijke waarde
waarden in landschappelijk-esthetische en geomorfologische zin;
1.50 maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, religieuze en
levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport
en sportieve recreatie, woonzorgcomplex en voorzieningen ten behoeve van
openbare dienstverlening en maatschappelijke dienstverlening;
1.51 nok
het snijpunt van twee hellende vlakken;
1.52 nutsvoorziening
Een voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals
transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes en
telefooncellen;
1.53 omgevingsvergunning:
een vergunning als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
1.54 ondergeschikte functie
een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel
en financieel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de de ingevolge de
bestemming toegestane hoofdfunctie;
1.55 ondergrondse bouwlaag
een volledig onder peil gelegen doorlopend gedeelte van een gebouw dat
door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of
balklagen is begrensd;
1.56 overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die
direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.57 pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief
zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en
betreedbaar en afsluitbaar is;
1.58 prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen
met een ander tegen vergoeding. Bij de beoordeling van de
toelaatbaarheid van prostitutie zijn in ieder geval de volgende
gebiedstyperingen en omschrijvingen relevant:
woonbuurt
een gebied, ten minste bestaande uit 10 of meer aaneengesloten
bouwpercelen met daarop woningen en de daarbij behorende
ontsluitingswegen en groenvoorzieningen;
maatschappelijke voorziening
een functie op het gebied van openbaar bestuur, dienstverlening van
overheidswege, godsdienstuitoefening, verenigingsleven, onderwijs,
volksgezondheid en andere culturele of daarmee gelijk te stellen
doeleinden;
prostitué(e)
degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele
handelingen met een ander tegen betaling;
prostitutiebedrijf
een bedrijf waar prostitutie het hoofdbestanddeel van de activiteiten
vorm waaronder begrepen een seksclub en een erotische massagesalon;
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of
in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden
verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een
(raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een
sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische
massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
sekswinkel
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk
goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
worden verkocht dan wel verhuurd;
straatprostitutie
een vorm van prostitutie waarbij degene zich op de openbare weg
respectievelijk in de openbare ruimten of in een zich op de openbare weg
respectievelijk openbare ruimten bevindend voertuig, beschikbaar stelt
tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
betaling;
thuisprostitutie
een vorm van prostitutie waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt
op het woonadres van de prostitué(e) en waarbij ook alleen door deze
prostitué(e) op dit adres wordt gewerkt als prostitué(e);
1.59 recreatief medegebruik
het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten,
zoals wandelen, fietsen en ruitersport en plaatsgebonden recreatieve
activiteiten zoals sport-visserij, alsmede ten behoeve van
ondersteunende voorzieningen zoals uitzicht, rust en
informatieplaatsen;
1.60 verdieping
een bouwlaag niet zijnde de begane grond;
1.61 verkoopvloeroppervlakte
de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare
winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de
toonbank;
1.62 vloeroppervlakte
de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de
begane grond;
1.63 voorgevel
de naar de openbare weg gerichte gevel van een hoofdgebouw, met dien
verstande dat bij hoekbebouwing sprake kan zijn van meerdere
voorgevels;
1.64 voorgevellijn
de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het
verlengde daarvan;
1.65 voorgevelrooilijn
de naar de openbare weg gekeerde grens van één of meerdere bouwvlakken,
of indien het een bouwvlak betreft met meer dan één naar de weg gekeerde
grens, die grenzen die kennelijk als zodanig moeten worden
aangemerkt;
1.66 vrijstaande woning
één woning bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw;
1.67 Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.68 water en waterhuishoudkundige voorzieningen
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers,
kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of
structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten
behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging,
hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan
duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.;
1.69 weg
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden
daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen
of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende
en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
1.70 woning of wooneenheid
een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting
bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;
1.71 Wro
de Wet ruimtelijke ordening.