31.1 Nutsvoorzieningen
Voor zover niet anders bepaald in deze planregels gelden voor
nutsvoorzieningen de volgende bepalingen:
de bouwhoogte van een gebouwde nutsvoorziening bedraagt maximaal
3,00 meter;
de inhoud van een gebouwde nutsvoorziening bedraagt maximaal 50
m3.
2 Splitsen van woningen
Het splitsen van woningen is niet toegestaan.
31.3 Ondergronds bouwen
Voor ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen:
ondergrondse gebouwen of souterrains mogen uitsluitend worden
opgericht tot een diepte van maximaal 3,50 meter per
ondergrondse bouwlaag met een maximum van twee ondergrondse
bouwlagen. De betreffende gebouwen mogen maximaal 1,50 meter
boven peil worden gebouwd;
in afwijking van het bepaalde onder a. mag een voorziening ten
behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil
gebouwd worden;
de gezamenlijke oppervlakte van ondergrondse bouwwerken bedraagt
niet meer dan de gezamenlijke oppervlakte aan bovengrondse
bouwwerken zoals deze is toegestaan op grond van de voor die
gronden geldende bestemming(en) (besluitvlakken).
4 Aanvullende werking bouwverordening
De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van
stedenbouwkundige aard blijven, overeenkomstig het gestelde in artikel 9
lid 2 van de Woningwet, buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de
volgende onderwerpen:
de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de
stedenbouwkundige bepalingen;
de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;
de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;
de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden.