Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Geen taaltoets

Onderdeel van Beleidsregels Wet taaleis Montferland 2016

1.. Wanneer belanghebbende in de leerplichtige leeftijd (tussen 5 en 16 jaar) tenminste acht jaren in Nederland heeft gewoond kan ervan worden uitgegaan dat door belanghebbende gedurende acht jaar Nederlandstalig onderwijs is gevolgd en dat daarmee wordt voldaan aan de taaleis. 2.. Middels het overleggen van een van de volgende documenten: een diploma of een inschrijvingsbewijs van een Nederlandstalige middelbare school in Nederland, de Nederlandse Antillen, Suriname of Vlaanderen; rapporten tot en met groep 8 van een basisschool in Nederland; een diploma van een MBO-, HBO- of universitaire opleiding in Nederland of Vlaanderen; een diploma van een opleiding Nederlands in het buitenland; een diploma inburgering als bedoeld in artikel 7 lid 2 onderdeel a Wet Inburgering; een ander document waaruit blijkt dat de Nederlandse taal op het niveau zoals beschreven in artikel 18b lid 8 van de wet wordt beheerst. 3.. Er is een ontheffing in het kader van de Wet inburgering; 4.. Er is sprake van een gediagnosticeerd leerprobleem; 5.. Belanghebbende is door in de persoon gelegen factoren niet in staat om de Nederlandse taal op het niveau zoals beschreven in artikel 18b lid 8 van de wet machtig te worden; 6.. Er is een ontheffing van de arbeidsplicht of een algemene ontheffing op grond van psychische, fysieke of sociale problematiek. 7.. Bij herhaling: Als tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal op het niveau zoals beschreven in artikel 18b lid 8 van de wet beheerst; Als tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal niet op het niveau zoals beschreven in artikel 18b lid 8 van de wet beheerst, maar ook is vastgesteld dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet is staat is om de Nederlandse taal op het niveau zoals beschreven in artikel 18b lid 8 van de wet machtig te worden. 8.. Als belanghebbende een taaltraject in het kader van de Wet inburgering volgt; 9.. Uit zijn aard kortdurende bijstand. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen bij op handen zijnde emigratie of bij een (ongeneeslijke) ziekte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel