**1.** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2:74 een verbod
opleggen om zich gedurende het in dat verbod aangewezen tijdvak
van ten hoogste 24 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen
plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
gedragingen hebben plaatsgehad.
**2.** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
van ten hoogste 24 uur is opgelegd en ten aanzien van wie binnen
één jaar na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat
hij zich gedraagt in strijd met het 5e lid of de in
het eerste lid genoemd artikel, een verbod opleggen om zich
gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
veertien dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen,
waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
plaatsgehad.
**3.** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in dit artikel van
ten hoogste veertien dagen is opgelegd en ten aanzien van wie
binnen één jaar na het opleggen van dit verbod wordt
geconstateerd, dat hij zich gedraagt in strijd met het
5e lid of het in het eerste lid genoemd artikel, een
verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
tijdvak van ten hoogste vier weken te bevinden op in dat verbod
aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
gedragingen hebben plaatsgehad.
**4.** De burgemeester beperkt de in het 1e, 2e,
of 3e lid genoemde verboden, indien dat in verband
met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk
is.
**5.** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod.
**6.** De burgemeester kan straten en/of gebieden aanwijzen waar het
verbod van kracht is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 14
Artikel 2:74.1
Verblijfsontzeggingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oldambt 2016