Het college kan aan de subsidie aanvullende voorwaarden verbinden ter zake van:
de kwaliteit van de ruimtelijke voorziening, alsmede de daarin plaatsvindende activiteiten die door de subsidie verwezenlijkt worden. De ruimtelijke voorziening moet geschikt en toegerust zijn voor de uitvoering van het werk en, zo veel mogelijk, bruikbaar zijn voor in hun beweging beperkte mensen;
de samenwerking met andere instellingen;
het aantal uren dat een instelling is opengesteld voor leden/deelnemers/bezoekers;
de groepsgrootte;
de eigen bijdrage die de instelling, in welke vorm ook, van gebruikers voor het verrichten en/of deelnemen aan activiteiten verlangt;
het eigen vermogen van de instelling, de daaraan gegeven bestemming en het vormen van reserves;
de door de instelling te sluiten verzekeringen tegen wettelijke aansprakelijkheid, de verzekering van de (on)roerende zaken van de instelling tegen brandschade of andere door hen aangegeven risico’s.
HOOFDSTUK 3
Artikel 26
Aanvullende subsidievoorwaarden
Onderdeel van Algemene subsidieverordening IJsselstein 2004