**1..** Het college kan besluiten tot opschorting van het verstrekken van voorschotten of intrekking casu quo wijziging van de subsidieverlening / -vaststelling ten nadele van de instelling, indien:
de activiteiten en/of werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zullen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden;
de instelling heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidie verbonden verplichtingen casu quo voorwaarden, voortvloeiende uit een verordening, beleidsregels, andere regelgeving of gemaakte afspraken, met een percentage van 40% van het subsidiebedrag of voor een ander percentage overeenkomstig een door het college vastgestelde beleidsregel;
de subsidieverlening onjuist was en de instelling dit wist of behoorde te weten;
**2..** Indien het college besluit tot intrekking of wijziging van de subsidie, werkt de subsidie-intrekking of –wijziging terug tot het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij het besluit tot intrekking of wijziging anders is bepaald.
**3..** Het college houdt bij de besluitvorming tot opschorting, intrekking of wijziging van de subsidie rekening met de door de instelling reeds aangegane verplichtingen.
**4..** Indien uit de gegevens bij de aanvraag tot vaststelling blijkt dat de toegekende subsidie niet of niet volledig overeenkomstig de daaraan gestelde voorwaarden en bestemming is gebruikt, kan door het college worden besloten tot definitieve vaststelling op een ander bedrag. Aan vorenstaande wordt geen toepassing gegeven, dan nadat de betrokken instelling ter zake is gehoord.
HOOFDSTUK 5
Artikel 33
Maatregelen voor en bij subsidievaststelling
Onderdeel van Algemene subsidieverordening IJsselstein 2004