De subsidieaanvragende instelling verstrekt in het kader van de aanvraag geen gegevens
waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de vertrekking
van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag hebben geleid.
de instelling is niet uitsluitend werkzaam in het belang van een politieke groepering, een
vakorganisatie, een bedrijf of een kerkgenootschap, noch beoogt of bedrijft feitelijk een in
hoofdzaak politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming;
de instelling beschikt over een dusdanige bestuursvorm dat deelnemers, leden, vrijwilligers en
beroepskrachten voldoende bij het beleid en de besluitvorming worden betrokken;
de instelling voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening;
de subsidieaanvragende instelling dient in overeenstemming met de aan de subsidie verbonden
verplichtingen te handelen;
f.De subsidieaanvragende instelling bezit volledige rechtspersoonlijkheid, overeenkomstig artikel
f. 2:27 van het Burgerlijk Wetboek, of is een erkend onderdeel van een volledige
f. rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie. Het college kan in voorkomende gevallen bepalen
f. dat een instelling geen volledige respectievelijk gedeeltelijke rechtspersoonlijkheid hoeft te
f. bezitten.
HOOFDSTUK 1
Artikel 7.3
Voorwaarden instelling
Onderdeel van Algemene subsidieverordening IJsselstein 2004