Naar hoofdinhoud
1.. In de publikatie als bedoeld in artikel 10, derde lid, wordt op de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht in de vergaderingen van de commissie gewezen. Voorts wordt aangegeven op welke plaats op de vergadering betrekking hebbende openbare stukken ter inzage liggen en verkrijgbaar kunnen worden gesteld. 2.. De toehoorders bij een commissievergadering beschikken per persoon per agendapunt over 5 minuten spreektijd. Per vergadering is maximaal 15 minuten spreektijd beschikbaar die eventueel evenredig zal worden verdeeld indien meerderen het woord wensen te voeren. 3.. Een toehoorder die het woord wenst te voeren geeft zich daarvoor, tenminste 6 uren voorafgaand aan de vergadering, bij de ambtelijk secretaris van de commissie op. Deze verdeelt de beschikbare spreektijd in overleg met de voorzitter over de aangemelde sprekers. 4.. Het spreekrecht wordt voorafgaande aan het betreffende agendapunt uitgeoefend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel