Naar hoofdinhoud

BOUWEN BIJ BOMEN 3

Artikel 4:

Boombeschermingszone

Onderdeel van Bomenverordening Borne 2010

1. Om bomen op bouwplaatsen te beschermen dient een boombeschermingszone te worden ingesteld, die op de grond fysiek met een stevig hekwerk wordt gemarkeerd. In de beschermingszone blijft de bestaande situatie in beginsel gehandhaafd. Een bevoegde toezichthouder waakt over de gestelde beschermingsregels, die in werkbestekken zijn vastgelegd. 2. Met goedkeuring van de toezichthouder kunnen noodzakelijke werkzaamheden in de boombeschermingszone verricht worden die voor de levensvatbaarheid van de te beschermen boom geen nadelige gevolgen heeft. De toezichthouder kan hiervoor om een Boom Effect Analyse vragen. 3. Werkzaamheden in de boombeschermingszone, die BEA-plichtig zijn, betreffen: wijziging van de maaiveldhoogte door afgraven, ophogen en uitwisselen van grond; grondbewerking als ploegen of andere bodembewerking; verdichting en verharding van de bodem; aanleg van kabels, leidingen en riolen; opslag van grond, grondstoffen, bouwmaterialen en afvalstoffen; lozen van vloeistoffen op en in de bodem; plaatsing van keten, toiletten, betonmolens, voertuigen, machines of tijdelijke bouwwerken; heiwerk; sloop van gebouwen of andere bouwwerken met machines; andere werkzaamheden die van invloed zijn op de groeiplaats van de boom. 4. Waterhuishoudkundige ingreep binnen 100 meter van de boombeschermingszone, die BEA-plichtig is, betreft: wijziging van de grondwaterstand door pompen of bronbemaling of op een andere manier veranderen van de waterhuishouding.

Rechtspraak bij dit artikel