1. Om bomen op bouwplaatsen te beschermen dient een boombeschermingszone
te worden ingesteld, die op de grond fysiek met een stevig hekwerk wordt
gemarkeerd. In de beschermingszone blijft de bestaande situatie in
beginsel gehandhaafd. Een bevoegde toezichthouder waakt over de gestelde
beschermingsregels, die in werkbestekken zijn vastgelegd.
2. Met goedkeuring van de toezichthouder kunnen noodzakelijke
werkzaamheden in de boombeschermingszone verricht worden die voor de
levensvatbaarheid van de te beschermen boom geen nadelige gevolgen
heeft. De toezichthouder kan hiervoor om een Boom Effect Analyse
vragen.
3. Werkzaamheden in de boombeschermingszone, die BEA-plichtig zijn,
betreffen:
wijziging van de maaiveldhoogte door afgraven, ophogen en
uitwisselen van grond;
grondbewerking als ploegen of andere bodembewerking;
verdichting en verharding van de bodem;
aanleg van kabels, leidingen en riolen;
opslag van grond, grondstoffen, bouwmaterialen en
afvalstoffen;
lozen van vloeistoffen op en in de bodem;
plaatsing van keten, toiletten, betonmolens, voertuigen,
machines of tijdelijke bouwwerken;
heiwerk;
sloop van gebouwen of andere bouwwerken met machines;
andere werkzaamheden die van invloed zijn op de groeiplaats van
de boom.
4. Waterhuishoudkundige ingreep binnen 100 meter van de
boombeschermingszone, die BEA-plichtig is, betreft:
wijziging van de grondwaterstand door pompen of bronbemaling of
op een andere manier veranderen van de waterhuishouding.