Naar hoofdinhoud
De toetsing van de aanvraag van bewonersvergunningen vindt plaats aan de hand van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en het kentekenbewijs. De aanvrager dient zich bij de aanvraag van de vergunning te legitimeren. Bij een aanvraag voor een tweede en/of daaropvolgende vergunning dient de aanvrager ook het kentekenbewijs van de eerste auto te tonen. De vergunningen worden verleend in de navolgende rang¬orde: De eerste vergunning: een vergunning op kenteken per zelfstandige woning; De tweede vergunning: een vergunning op kenteken per zelfstandige woning. De aanvragen voor een derde of volgende vergunning worden naar evenredigheid beoordeeld op basis van de beschikbare ruimte die overblijft, nadat de aanvragen als bedoeld onder a en b zijn beoordeeld. Op één vergunning kunnen maximaal drie kentekens worden opgenomen. In het vergunninggebied A1, A3 en B2 wordt uitsluitend één eerste vergunning als genoemd onder lid 2, onderdeel a, op kenteken per zelfstandige woning verstrekt (eigenaar/houder van een motorvoertuig). Als twee of meer aanvragen worden ingediend die een gelijke plaats in de rangvolgorde hebben, worden de aanvragen in volgorde van binnenkomst be¬oordeeld. Bij gelijktijdige binnenkomst wordt de volgorde bepaald aan de hand van de gemeentelijke basisadmini-stratie persoonsgegevens, waarbij de aanvraag van degene die het langst staat ingeschreven op het betreffende adres, het eerst wordt beoordeeld. Als de aanvrager beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein, als bedoeld in lid 7 onder a, b en c, dan wordt deze in mindering gebracht op het aantal te verlenen vergunningen. Hierbij geldt dat het totaal aantal beschikbare plaatsen op eigen terrein als één parkeerplaats op eigen terrein wordt beschouwd. Onder een parkeerplaats op eigen terrein wordt (conform de begripsbepaling van de Parkeer-verordening) verstaan: een parkeerplaats – niet zijnde een parkeerplaats in een openbaar toegankelijke private parkeergarage die met een abonnement wordt afgenomen - waarover de aanvrager beschikt of kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins of; een parkeerplaats waarop de aanvrager aanspraak kan maken (al dan niet via een wachtlijst) in een garage of op een perceel, omdat deze volgens een raadsbesluit, een bouwvergunning, een omgevingsvergunning, een erfpachts- of splitsingsakte of een huur- of koopovereenkomst voor de woning van de aanvrager bestemd is of; een voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door of vanwege de aanvrager een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft gekregen. Als de aanvrager een woning bewoont of in eigendom heeft die volgens de omgevingsvergunning is aangemerkt als ‘Woning/ruimte zonder parkeerplaats’, en als zodanig ook is opgenomen op de POET-lijst (conform de begripsbepaling van de Parkeerverordening), wordt/worden er geen parkeervergunning(en) verleend. De beoordelingsdatum en tijdstip als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Parkeerverordening 2016-II wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op maandag 29 februari 2016 vanaf 8.00 uur. Aanvragen kunnen worden ingediend per e-mail, briefpost, brievenbus ParkeerService en aan de balie van ParkeerService. De vergunningen worden verleend in de vorm van een digitale regeling. Deelautovergunningen particulieren Om voor een deelautovergunning in aanmerking te komen, dienen de aanvragers aangesloten te zijn bij de Vereniging voor Gedeeld Autogebruik (www.autodate.nl) en dient de aanvraag via ParkeerService én via deze vereniging te verlopen. Als één van de gebruikers woonachtig is in vergunninggebied A1, wordt er alleen een deelautovergunning afgegeven, als de deelauto op naam staat van die gebruiker. Als één van de gebruikers woonachtig is in vergunninggebied A1 en er op het adres van die gebruiker al een bewonersvergunning als bedoeld in artikel 3 lid 4 is afgegeven, wordt er géén deelautovergunning afgegeven. Deelautovergunningen commerciële deelautoaanbieders Verwezen wordt naar de Beleidsregel Uitgifte Deelautovergunningen. Vergunningen elektrische oplaadpunten In artikel 5, lid 3 van het Besluit Betaald Parkeren 2016-II zijn de locaties opgenomen met oplaadpunten voor elektrische auto’s. Voor het parkeren van de elektrische auto op deze locaties is een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3 t/m 6 van de Parkeerverordening vereist. Voor het parkeren op deze locaties geldt tevens de voorwaarde dat de auto met een oplaadkabel verbonden is aan de laadpaal en er daadwerkelijk sprake is van het opladen van accu’s voor de geparkeerde auto.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel