Naar hoofdinhoud
1.. Gedurende de raadsperiode wordt tenminste ieder programma onderworpen aan een evaluatie. 2.. Het college stelt de planning van de beleidsevaluatie vast en informeert de raad hierover bij aanvang van de Raadsperiode. 3.. In de beleidsevaluatie wordt ten minste aandacht besteed aan: De mate waarin de doelstellingen van beleid zijn behaald; De mate waarin de beoogde beleidsmatige inzet ook daadwerkelijk is gepleegd; De mate waarin de beoogde streefcijfers zijn gerealiseerd; De benutting van het budget dat beschikbaar is gesteld voor het realiseren van het beoogde effect dan wel de te leveren prestaties. 4.. De beleidsevaluatie van ieder programma wordt afgerond met conclusies die de basis kunnen vormen voor de bijstelling van het beleid. 5.. Met de permanente beleidsevaluatie wordt tevens invulling gegeven aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 213 a Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel