Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 2

Artikel 15-

Financiële draagkracht

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Tholen 2016

1.. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders, afhankelijk bedrag. 2.. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3.. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001. Zij bedragen: Inkomen in euro’s Eigen bijdragen in euro’s 0 – 33.500 Nihil 33.500 – 40.500 145 40.500 – 46.500 605 46.500 – 52.500 1.130 52.500 – 60.000 1.650 60.000 – 66.000 2.175 66.000 en verder Voor elke extra € 5.000: € 535 erbij 4.. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2017 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van euro 500,-. 5.. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2017 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6.. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. 7.. De in dit artikel benoemde bedragen worden jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders aangepast en vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel