Naar hoofdinhoud
Voor incidentele standplaatsen gelden de volgende ‘algemene regels’, zoals bedoeld in artikel 5:18, vijfde lid, onder b van de APV: Het innemen van een incidentele standplaats is verboden indien dit: Leidt of kan leiden tot een verstoring van de openbare orde; Schade toebrengt of schade kan toebrengen aan de openbare veiligheid; Schade toebrengt of schade kan toebrengen aan de volksgezondheid; Schade toebrengt of schade kan toebrengen aan het milieu; Schade toebrengt of schade kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg. De standplaats mag niet worden ingenomen op een locatie waarvoor in de 3 maanden voor de gewenste datum van de inname en in een straal van 100 meter ervan door de standplaatshouder een gelijksoortige standplaats is ingenomen; De standplaats mag niet worden ingenomen op een locatie waarvoor eerder een standplaats- of evenementenvergunning is verleend. De standplaats mag niet worden ingenomen op wegen die bedoeld zijn voor gemotoriseerd of fietsverkeer. Deze eis geldt niet voor de locaties Parkeerplaats Willibrorduslaan en Parkeerplaats De Pracht; In voetgangersgebieden en op trottoirs dient er een doorgang te zijn van minimaal 1,50 meter; Bluswatervoorzieningen dienen volledig vrijgehouden te worden en voor onmiddellijk gebruik (door de brandweer) bereikbaar; Toegangen of uitgangen van naastgelegen gebouwen mogen niet worden versperd of belemmerd; De standplaats moet op ten minste 5,0 meter afstand van opslagen en gebouwen te worden geplaatst en ten minste 3,50 meter van erfafscheidingen; Incidentele standplaatsen op de aangewezen locaties, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid van dit beleid, mogen in beginsel enkel worden ingenomen op de plaatsen die zijn aangewezen voor de reguliere standplaatsen; Een incidente standplaats kan niet worden ingenomen op een plaats en tijdstip waarvoor reeds een reguliere standplaatsvergunning is verleend; Het gebruik van geluidsversterkende middelen is verboden; Artikel 9, tweede lid, sub c, d, e, f, g en h van dit beleid is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel