Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2

– Het verlagen van de uitkering

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Gennep 2016

1.. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college of zijn ambtenaren zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging toegepast. 2.. De verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedragingen, de mate waarin de belanghebbende de gedragingen kan worden verweten en de individuele omstandigheden waarin hij verkeert. De maatregel kan gelet op de individuele omstandigheden afwijken van de in deze verordening genormeerde verlagingen. Deze afwijking kan zowel een verzwaring als matiging van de verlaging betekenen. 3.. Een verlaging wordt na maximaal 3 maanden heroverwogen op grond van artikel 18 lid 3 van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel