**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
een speciale school voor basisonderwijs of een school voor
praktijkonderwijs bezoekt, van wie het gezamenlijk inkomen meer
bedraagt dan € 19.900,00 wordt een vergoeding verleend voorzover de
kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar
vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan.
**2..** In geval burgemeester en wethouders in plaats van een vergoeding in
geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen
verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor
basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs of een
school voor praktijkonderwijs bezoekt, per schooljaar een eigen
bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over
de in artikel 11 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders
tezamen meer bedraagt dan € 19.900,00.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 27, eerste
lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs
zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
of het daadwerkelijk gebruik ervan.
**4..** Het bedrag van € 19.900,00 genoemd in het eerste en tweede lid,
wordt met ingang van 1 januari 2003 jaarlijks aangepast aan de
wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen
werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en
rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450.
Het aangepaste bedrag treedt in de plaats van de in het eerste en
tweede lid genoemde bedrag van € 19.900,00.