Naar hoofdinhoud
1.Besluiten van de bestuurscommissie die rechtsgevolg hebben, worden aan burgemeester en wethouders en de gemeenteraad ter inzage gezonden, uiterlijk binnen vijf dagen nadat het besluit is genomen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een besluit van de bestuurscommissie, dat naar hun oordeel in strijd is met het belang van de gemeente, schorsen. Zij onderwerpen dat besluit aan het oordeel van de gemeenteraad. 3.De gemeenteraad neemt een met redenen omklede beslissing, het advies van de bestuurscommissie gehoorde hebbende: a.houdt deze beslissing de verklaring in dat het besluit van de bestuurscommissie strijdig is met het belang van de gemeente, dan doen burgemeester en wethouders daarvan onverwijld mededeling aan de bestuurscommissie. De gemeenteraad regelt zo nodig de gevolgen van zijn beslissing. De bestuurscommissie neemt binnen een maand een nieuw besluit met inachtneming van de beslissing van de gemeenteraad; b.houdt de beslissing in dat het besluit niet strijdig is met het belang van de gemeente, dan wordt daardoor de schorsing opgeheven. Burgemeester en wethouders geven hiervan onverwijld kennis aan de bestuurscommissie. 4.Binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar zendt de bestuurscommissie aan burgemeester en wethouders toe een jaarverslag over het gevoerde beleid, beheer en bestuur van het stadsmuseum.

Rechtspraak bij dit artikel