Naar hoofdinhoud
Een lid van de bestuurscommissie, indien dit door zijn handelwijze schade toebrengt aan de belangen van het stadsmuseum, kan als zodanig door burgemeester en wethouders worden geschorst, nadat de bestuurscommissie daaromtrent is gehoord. Burgemeester en wethouders onderwerpen de schorsing van het betrokken lid aan het oordeel van de gemeenteraad, die, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich voor een uit en door de gemeenteraad aan te wijzen commissie van drie leden te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen kan verklaren. In de in het tweede lid genoemde commissie van drie leden kan geen zitting hebben het raadslid dat is aangewezen als lid van de bestuurscommissie. 4.Indien de gemeenteraad geen aanleiding vindt het lid van zijn lidmaatschap vervallen te verklaren, heft hij de schorsing op. 5.De van zijn lidmaatschap vervallen verklaarde is gedurende twee jaren, te rekenen vanaf de dagtekening van het raadsbesluit tot vervallenverklaring van het lidmaatschap niet tot lid van de bestuurscommissie benoembaar. 6.Burgemeester en wethouders kunnen ingeval van schorsing van een of meer leden alle maatregelen nemen die zij in het belang van het stadsmuseum nodig achten. Zij kunnen zo nodig tijdelijk het gehele bestuur en het beheer van het stadsmuseum overnemen. Paragraaf 5 Overgangs- en slotbepalingen

Rechtspraak bij dit artikel