Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Uitoefening en overdracht van bevoegdheden

Onderdeel van VERORDENING BEHANDELING BEZWAARSCHRIFTEN

1.. De kamervoorzitters oefenen de bevoegdheden ingevolge die hierna genoemde artikelen van de wet, namens het gemeentelijk orgaan uit: a.artikel 2:1, tweede lid (verzoek om een schriftelijke machtiging); b.artikel 6:6, (het stellen van een termijn waarbinnen het verzuim als bedoeld in artikel 6:5 kan worden hersteld); c.artikel 6:17 (toezenden stukken aan de gemachtigde); d.artikel 7:2, tweede lid (uitnodiging hoorzitting); e.artikel 7:3 (afzien van hoorplicht) f.artikel 7:4, tweede lid (ter inzage leggen van de stukken); g.artikel 7:6, vierde lid (bij afzonderlijk horen partijen niet op de hoogte stellen van hetgeen is gezegd); h.artikel 7:10, tweede tot en met vijfde lid (verdagen/opschorten beslistermijn, verder uitstel en mededeling hiervan); 2.. De commissie, commissievoorzitter, kamers en kamervoorzitters zijn bevoegd tot mandaat, ondermandaat, machtiging of ondermachtiging van de in deze verordening aan hen bij attributie, mandaat of machtiging toegekende bevoegdheden, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel