In afwijking van het bepaalde in artikel 13 wordt, indien een belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, gedurende een tijdvak van drie maanden gerekend vanaf de start van de verrekening, in de eerste maand een verlaging toegepast van 100% van de bijstandsnorm.
In de tweede en derde maand van het tijdvak van drie maanden als bedoeld in het eerste lid, wordt de verlaging gematigd tot 20% van de bijstandsnorm. Artikel 2, vierde lid, van de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Someren is hierbij van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Verlaging bij verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Someren 2016