De benoeming van de voorzitters en de andere leden van de
commissie geldt voor ten hoogste vier jaar. Gedeputeerde staten
kunnen hen schorsen en tussentijds ontslaan.
De voorzitters en de andere leden kunnen eenmaal herbenoemd
worden.
De voorzitters en de leden van de commissie kunnen te allen
tijde schriftelijk ontslag nemen, met inachtneming van een
opzegtermijn van twee maanden.
De aftredende voorzitters en de aftredende andere leden van
de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de
opvolging is voorzien.
HOOFDSTUK II
Artikel 5