De bevoegdheden als gevolg van de hierna genoemde artikelen van de wet
worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de
voorzitter van de commissie:
artikel 2:1, tweede lid (schriftelijke machtiging
vragen);
artikel 6:6 en 7:24, derde lid, voor wat betreft het stellen
van een termijn aan de indiener (herstellen van verzuim);
artikel 6:17, voor wat betreft de verzending van stukken
tijdens de behandeling door de commissie (verzending van stukken
aan de gemachtigde);
artikel 7:4, eerste lid (indienen van stukken) en tweede lid
(het ter inzage leggen van stukken)
artikel 7:6, vierde lid (geheimhouding om gewichtige redenen
bij het horen).
HOOFDSTUK III
Artikel 7