Naar hoofdinhoud
1.. Voor zover betalingen met een periodiek of terugkerend karakter niet als een verantwoorde gift als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregels kunnen worden aangemerkt en zien op een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan, worden deze betalingen aangemerkt als inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet. 2.. Voor zover middelen met een periodiek of terugkerend karakter geen inkomsten uit arbeid betreffen, wordt het gedeelte dat uitstijgt boven de geldende bijstandsnorm en dus niet kan worden verrekend, aan het vermogen toegerekend. 3.. Voor zover betalingen met een eenmalig karakter niet als een verantwoorde gift als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregels kunnen worden aangemerkt, worden deze als vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet aangemerkt. 4.. Onder ‘eenmalig’ zoals bedoeld in het derde lid wordt verstaan: één betaling in een aaneengesloten periode van 12 maanden.

Rechtspraak bij dit artikel