De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik
maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder
dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel mede
verstaan een door de gemeente ingehuurde auto.
De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder ook
worden gebruikt voor het reizen tussen de woning en de plaats
van tewerkstelling en voor reizen ten behoeve van nevenfuncties
die de wethouder vervult uit hoofde van zijn ambt.
Indien de wethouder op grond van artikel 15 een tegemoetkoming
ontvangt in de reiskosten tussen de woning en de plaats van
tewerkstelling wordt een korting op die tegemoetkoming toegepast
ter grootte van
1/20 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor
elke dag waarop zowel van de woning naar de plaats van
tewerkstelling als omgekeerd van de plaats van tewerkstelling
naar de woning gebruik is gemaakt van de dienstauto;
1/40 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor
elke dag waarop alleen hetzij van de woning naar de plaats van
tewerkstelling hetzij omgekeerd van de plaats van tewerkstelling
naar de woning gebruik is gemaakt van de dienstauto;
Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het tweede
lid bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke
dienstauto en daarvoor ook een vergoeding van reiskosten
ontvangt wordt die vergoeding in de gemeentelijke kas
gestort.
Hoofdstuk III
Artikel 17
Dienstauto
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders en raads- en commissieleden 2007