Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Criteria

Onderdeel van Bomenverordening 2010

1. Het bevoegd gezag kan de vergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. 2. Het bevoegd gezag weigert een vergunning om te vellen indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden: a.natuur- en milieuwaarden; b.landschappelijke waarden; c.cultuurhistorische waarden; d.waarden van stads- en dorpsschoon; e.waarden voor recreatie en leefbaarheid. 3. Geen vergunning om te vellen wordt verleend voor houtopstand voorkomende op de in artikel 3 genoemde lijst van waardevolle en monumentale houtopstand, tenzij er sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of andere acute noodtoestand. 4. Het bevoegd gezag verwijst in de vergunning zo mogelijk naar beleidsregels ter onderbouwing van de in het tweede lid genoemde waarden. 5. Burgemeester en wethouders kunnen beleidsregels opstellen ter beoordeling kapvergunningen en beoordeling van de in het tweede lid genoemde waarden. 6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het opstellen van een beoordelingsformulier waarin een zo objectief mogelijk afwegingsmodel wordt vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel