Naar hoofdinhoud

Artikel 7:

Bijzondere vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Bomenverordening 2010

1. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het standaard voorschrift dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt en dat indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaar is ingediend of een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, de vergunning niet van kracht wordt voordat op ingediend bezwaar of dat verzoek is beslist. 2. Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig het door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 3. In een voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 4. Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan behoren aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. 5. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een vergunning tot vellen te verbinden voorschrift behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in de kas van de gemeente ten behoeve van herplant. 6. De verplichtingen en voorschriften in dit artikel kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimum maat. 7. Het bevoegd gezag kan bij het onder voorschriften verlenen van een vergunning tot vellen tevens de monetaire boomwaarde als motivering hanteren. 8. Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel