1.
De gemeente is verantwoordelijk voor de inventarisatie van de waardevolle en monumentale houtopstand.
2.
De inventarisatie vindt plaats op basis van de in deze beleidsregels en Bomenverordening gestelde criteria.
3.
De gemeente stelt op basis van de inventarisatie de lijst van waardevolle en monumentale houtopstand op.
4.
Op grond van het derde lid van dit artikel opgestelde conceptlijst wordt conform de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4) van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegd.
5.
In aanvulling op het gestelde in het vierde lid van dit artikel zullen tegelijkertijd particuliere eigenaren van waardevolle en monumentale houtopstand per afzonderlijke brief in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen in te dienen.
6.
Na het afronden van de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4) van de Algemene wet bestuursrecht zal het college van burgemeester en wethouders de lijst van waardevolle en monumentale houtopstand definitief vaststellen en hiervan de particuliere eigenaren schriftelijk op de hoogte brengen.
7.
Belanghebbenden (incl. de particuliere eigenaren) kunnen tegen de vaststelling van de lijst van waardevolle en monumentale houtopstand beroep bij de rechtbank aantekenen.
8.
De lijst van waardevolle en monumentale houtopstand zal éénmaal in de vier jaar geactualiseerd en vastgesteld worden.
9.
De eigenaren (gemeente of particulieren) kunnen hun waardevolle en/of monumentale boom aanmelden bij het “Landelijk Register Monumentale bomen”, welke wordt beheerd door de Bomenstichting te Utrecht.
Hoofdstuk
Artikel VI
Inventarisatie van de waardevolle en monumentale houtopstand
Onderdeel van Beleidsregels voor monumentale en of waardevolle houtopstand