Als ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de LPW doordat hun kind gebruikmaakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, dan neemt de leerplichtambtenaar contact op met de onderwijsinspectie met het verzoek een onderzoek in te stellen en binnen een in het verzoek aangegeven termijn een advies uit te brengen over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de LPW. Volgt er een advies van de onderwijsinspectie, dan volgt de leerplichtambtenaar dit advies.
Indien een school niet voldoet aan de criteria van de wet en niet langer een school in de zin van de wet is, stelt de leerplichtambtenaar de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen zeven dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in de wet, of verzekert hij4 er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld. De grondslag hiervoor staat in de artikelen 1a, 1 lid 2, 1A1 en 22, lid 4 LPW.
Artikel 4.5
Bepalen of een onderwijsvoorziening een school is in de zin van de Leerplichtwet
Onderdeel van AMBTSINSTRUCTIE LEERPLICHT HELMOND 2015