Indien ouders een vrijstelling aanvragen op grond van artikel 5 sub a (juncto art. 7) LPW, neemt de leerplichtambtenaar de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 van de wet in ontvangst. De kennisgeving dient voor het eerst uiterlijk 1 maand voor de 5e verjaardag gedaan te worden. Verder dient de aanvraag jaarlijks voor 1 juli opnieuw gedaan te worden, tenzij het besluit geldt voor de duur van plaatsing van het kind op een instelling (MKD). Omdat de beslissing van het college van burgemeester en wethouders geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht betreft, kunnen ouders geen bezwaar aantekenen of beroep instellen tegen het genomen besluit.
De leerplichtambtenaar probeert te bewerkstelligen dat de aangewezen deskundige binnen twintig werkdagen de jongere onderzoekt en een schriftelijke verklaring over de geschiktheid van de jongere geeft. Binnen tien dagen na ontvangst van de verklaring van de deskundige5 moeten de ouders een bericht van de gemeente hebben ontvangen.
Indien de ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b (juncto art. 8) van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders ten hoogste twintig werkdagen. Als gegronde redenen aanwezig zijn voor een langere termijn, dan deelt de leerplichtambtenaar deze termijn binnen twintig werkdagen aan de ouders mee.
Ook deze vrijstellingsaanvraag dient voor het eerst uiterlijk 1 maand voor de 5e verjaardag van het kind te worden gedaan en dient jaarlijks opnieuw voor 1 juli aangevraagd te worden.
Bij de aanvraag dient een verklaring ‘overwegende bezwaren’ te zijn gevoegd. De leerling mag niet eerder ingeschreven hebben gestaan op een school waartegen overwegende bedenkingen zijn. Ook dient er een redelijke afstand tot een wel geschikte school te bestaan.
Indien de ouders een beroep doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan onderzoekt de leerplichtambtenaar de bij de kennisgeving overgelegde bescheiden. Hij nodigt de ouders uit voor een mondelinge toelichting op het beroep. Hij onderzoekt of de bedenkingen daadwerkelijk de richting van het onderwijs betreffen. De vraag of de bedenkingen werkelijk op de richting van het onderwijs betrekking hebben, dient, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, onderzocht te worden. Als vaststaat dat dat het geval is en aan de overige hierboven genoemde voorwaarden wordt voldaan dan ontstaat de vrijstelling van rechtswege en is geen plaats meer voor onderzoek naar het gewicht van de bedenkingen6. In het bericht aan de ouders, wordt aan de ouders meegedeeld of de ontvangen kennisgeving voldoet aan de eisen van de wet. Tevens worden de gevolgen meegedeeld die verbonden zijn aan het al dan niet voldoen aan de eisen van de wet. Indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de leerplichtambtenaar de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan twintig werkdagen om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling. Indien ouders niet aan bovengenoemde voorwaarden voldoen, dan zal er een proces-verbaal absoluut verzuim opgemaakt worden. Omdat de beslissing van het college van burgemeester en wethouders geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht betreft, kunnen ouders geen bezwaar aantekenen of beroep instellen tegen het genomen besluit.
Indien de kennisgeving wel aan de eisen van de wet voldoet, deelt het college aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten inmoeten indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder c (juncto art. 9) van de wet, dan moeten ouders een verklaring af te geven dat de leerling staat ingeschreven op een school en deze school geregeld bezoekt. Indien de omstandigheden van dien aard zijn dat (nog) geen verklaring van de directeur van de buiten Nederland gelegen school of inrichting van onderwijs kan worden overgelegd, dan deelt de leerplichtambtenaar aan de ouders mee op welke wijze, en op welk moment, door hen zal moeten worden aangetoond dat de jongere in het buitenland onderwijs heeft genoten. De aanvraag dient ieder jaar opnieuw voor 1 juli ingediend te worden. Indien ouders niet aan bovengenoemde voorwaarden voldoen, dan zal ouders een termijn gegund worden om hun kind alsnog op een school in Nederland in te schrijven. Indien dit binnen de gestelde termijn niet gebeurt, zal er een proces-verbaal absoluut verzuim opgemaakt worden. Omdat de beslissing van het college van burgemeester en wethouders geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht betreft, kunnen ouders geen bezwaar aantekenen of beroep instellen tegen het genomen besluit.