Er kunnen andere belangrijke redenen zijn waardoor een kind niet naar school kan komen. Ook hiervoor moet de ouder, bij maximaal tien schooldagen, toestemming hebben van de directeur (het hoofd) van de school. Bij meer dan tien schooldagen dient de ouder toestemming te hebben van de leerplichtambtenaar. Dit aantal schooldagen kan bereikt worden in één aanvraag, maar ook in een paar opeenvolgende aanvragen. Bij voorkeur dient het verlof via een speciaal formulier aangevraagd te worden. Het gaat hierbij om verlof op grond van art. 11 sub g juncto art. 14 LPW, vanwege ‘andere gewichtige omstandigheden’. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om ziekte, een verhuizing, een huwelijk of een begrafenis van een bloed- of aanverwanten. (Zie verder bijlage nr. 3) Bewijslast ligt bij ouders.
Als geen verlof is aangevraagd, kunnen de directeur van de school (bij 10 schooldagen of minder) of de leerplichtambtenaar alsnog verlof verlenen, als door ouders/verzorgers binnen 2 dagen na ontstaan van de verhindering de redenen daarvan worden meegedeeld.
De leerplichtambtenaar hoort de directeur over de aanvraag en draagt er zorg voor dat het oordeel van de directeur over de aanvraag schriftelijk wordt vastgelegd.
De leerplichtambtenaar kan de jongere en/of de ouders in de gelegenheid stellen hun/zijn zienswijze kenbaar te maken. Deze wordt schriftelijk vastgelegd.
De leerplichtambtenaar legt de behandeling van de aanvraag zorgvuldig vast in het leerlingendossier.
Bij de beoordeling van een aanvraag van meer dan tien dagen, controleert de leerplichtambtenaar of er sprake is van een medische of sociale indicatie. De leerplichtambtenaar neemt een beslissing en deelt deze schriftelijk mee aan de ouders. Een afschrift van de brief aan de ouders wordt aan de betreffende directeur van de school of instelling gezonden.
De leerplichtambtenaar kan aan een directeur op diens verzoek advies geven over de behandeling en beoordeling van een aanvraag. Indien de leerplichtambtenaar een dergelijk advies geeft, deelt de directeur aan de leerplichtambtenaar zijn beslissing op de aanvraag mee.
De leerplichtambtenaar geeft aan de directeuren van de betrokken scholen en/of instelling(en) gevraagd of ongevraagd advies over het te voeren beleid betreffende verlofaanvragen wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’ voor tien schooldagen of minder, met het oog op het bevorderen van de rechtsgelijkheid.
Wordt de verlofaanvraag van 10 schooldagen of minder afgewezen door de directeur van school, dan kunnen ouders/verzorgers bezwaar aantekenen bij de directie (bevoegd gezag) van de school.
Indien ouders/verzorgers geen bezwaar indienen, dan wel het bezwaar niet gegrond wordt verklaard en ouders toch verlof nemen, dan volgt een melding bij de leerplichtambtenaar. Deze start een onderzoek, hoort ouders/verzorgers en maakt indien er geen vrijstellingsgronden zijn een proces-verbaal relatief verzuim op.
Wordt de verlofaanvraag van 10 schooldagen of meer afgewezen door de leerplichtambtenaar, dan kunnen ouders bezwaar indienen bij de leerplichtambtenaar die het eerdere besluit heeft genomen. Indien ouders/verzorgers geen bezwaar indienen, dan wel het bezwaar niet gegrond wordt verklaard en ouders toch verlof nemen, dan volgt een oproep voor een verhoor bij de leerplichtambtenaar. Er wordt een proces-verbaal relatief verzuim opgemaakt.
Voor de bezwaar- en beroepsprocedure wordt naar bijlage 5 verwezen.
Artikel 6.3.2
Verlof om andere gewichtige omstandigheden
Onderdeel van AMBTSINSTRUCTIE LEERPLICHT HELMOND 2015