De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.
De briefadreshouder is verplicht om in persoon te verschijnen. Dit geldt niet indien het briefadres bij een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 van de Wet BRP wordt gehouden. De briefadreshouder is verplicht om de benodigde stukken te overleggen.
Onder benodigde stukken als hier bedoeld wordt in ieder geval verstaan:
een geldig identiteitsbewijs;
de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;
een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan, een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever;
een door de briefadresgever ingevulde en ondertekende verklaring van toestemming briefadres.
De briefadresgever die als ingezetene in de Basisregistratie personen ingeschreven staat, kan maximaal aan twee gezinshuishoudens toestemming geven een briefadres te houden.
Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.
Als de briefadresgever een rechtspersoon is ingevolge artikel 2.42 Wet BRP moet deze zodanig zijn aangewezen door het college van burgemeester en wethouders om in de gemeente Heusden als briefadresgever op te treden.