Naar hoofdinhoud
De ingezetene die zijn adres wijzigt doet hiervan schriftelijk aangifte bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft. Hij doet niet eerder aangifte dan vier weken vóór de beoogde datum van adreswijziging en niet later dan de vijfde dag na de adreswijziging. Hij doet in de aangifte mededeling van de datum van adreswijziging en van de gegevens over het nieuwe en het vorige adres. Indien een ingezetene geen woonadres heeft, kiest hij een briefadres. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing. Iedereen moet op grond van artikel 2.39 BRP aangifte van verhuizing doen, als hij een ander woonadres heeft of krijgt. Doet hij dit niet dan kan hem een bestuurlijke boete opgelegd worden. Voordat het college van B&W dit doet, roept het college van B&W betrokkene ingevolge artikel 2.47 op om te verschijnen. In deze oproep wordt een termijn genoemd. Als hij niet verschijnt op of voor deze datum, dan wordt betrokkene voor de tweede keer opgeroepen. In de oproepen wordt de waarschuwingsclausule opgenomen dat, als hij niet verschijnt, hem dan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Vervolgens zijn er 4 mogelijkheden: Betrokkene doet alsnog aangifte van verhuizing. Er kan worden overwogen om van een boete af te zien; Betrokkene verschijnt of verschaft informatie. Uit de gegeven informatie blijkt dat betrokkene niet verhuisd is. In dat geval besluit het college van B&W betrokkene ingeschreven te laten staan op zijn adres. Daarom wordt er ook geen boete opgelegd; Betrokkene verschijnt of verschaft informatie, die voor het college van B&W geen aanleiding is om aan te nemen dat betrokkene op zijn adres is blijven wonen. Tevens weigert hij aangifte te doen van verhuizing. Van de weigering wordt een aantekening gemaakt. In dat geval besluit het college van B&W betrokkene ambtshalve op te nemen als vertrokken naar een onbekend adres op grond van 2.20, of als zijn nieuwe adres bekend is, hem ambtshalve te verhuizen naar zijn nieuwe adres. Er wordt een bestuurlijke boete opgelegd op grond van overtreding 2.39 Wet BRP; Betrokkene verschijnt niet en geeft geen informatie. Het college van B&W bepaalt op grond van het dossier of het aannemelijk is dat betrokkene is verhuisd. Als dat het geval is, dan wordt een besluit genomen tot ambtshalve verhuizing naar het nieuwe adres of tot ambtshalve opneming als vertrokken naar een onbekend adres ingevolge artikel 2.20. Er wordt een boete opgelegd op grond van overtreding 2.47 en 2.39 Wet BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel