Op inspraak is de procedure, vermeld in de artikelen 3:10 tot en met 3:16 van de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:
de termijn, genoemd in artikel 3:16 lid 1 vier weken bedraagt;
de inspraakgerechtigden hun zienswijze schriftelijk naar voren kunnen brengen.
Het bestuursorgaan kan per beleidsvoornemen gemotiveerd bepalen dat een andere inspraakprocedure geldt. Dit besluit wordt vooraf gepubliceerd.
Artikel 4